Op een schemerige winterse zondagavond, ter hoogte van de Antwerpsestraat in België, rolde de auto langzaam tot stilstand voor het rood licht. Terwijl mijn handen speels op het stuur zaten, luisterde ik naar mijn zusje. En het gebrabbel van mijn tweejarig nichtje die achterin in haar kinderstoel zat. Plots werden we opgeschrikt door een oorverdovende knal en voelde ik de auto op en neer gaan. Door de ijzige stilte die volgde leek het of de tijd stil stond. Ik draaide mijn hoofd zachtjes naar rechts en keek recht in de ogen van een lijkbleke chauffeur.

Hè … we staan met drie auto’s op twee rijbanen!

Toen kwam het besef dat we betrokken waren bij een auto-ongeluk.

De adrenaline gierde door mijn lijf en op de achtergrond hoorde ik geschreeuw van omstanders.

Mevrouw, mevrouw kunt u een stuk uitwijken met uw auto? Het was de lijkbleke chauffeur die op ons was ingereden. In de hoogste versnelling dacht ik- kan ik niet beter uitstappen en een foto maken van de drie in elkaar geramde auto’s? In plaats daarvan trapte ik de koppelingspedaal in en de auto ging van de stop naar de startstand.

Alle drie reden we de auto een zijstraat in en stapten uit. De andere gedupeerde chauffeur ontstak in woede. ‘Waar hebt ge uw ogen zitten, hoe kunt ge da niet gezien hebben? Allee man!‘ De mannen schreeuwde over en weer. ‘Past oep he, past oep want ge kregt nog een akketaat gilde’ de gedupeerde chauffeur.

Verstijfd aanschouwde ik het tafereel. Tot ik in een flits dacht oh Allah, mijn tweejarig nichtje zat nog in haar stoel.

Met lood in de schoenen liep ik naar de auto en opende het portier. Verbaasd en met grote ogen keek ze mij aan.  Ze stak haar handen uit en vroeg, spelen?

Het gelukzalige gevoel wat mij toen bekroop is niet in woorden uit te drukken.

Ik gaf haar aan mijn zusje en liep mee met de ambulancemedewerkers. Onderweg hoorde ik de op ons ingereden chauffeur tegen de politie zeggen; ‘door tussen ze in te rijden wilde ik vermijden om ze vol van achteren te raken. Daarmee wenste ik levens te redden’. Voor mij was hij een held.

Dankbaar en met een vredig gevoel stapte ik de ambulance in.

Ik wierp een laatste blik op mijn zusje, nichtje en mijn auto die in vergelijking met de andere twee auto’s er nog redelijk uitzag. Wat kwamen we hier goed weg. Ik voelde me gelukkiger dan ooit.

Wat je doormaakt stemt je niet ongelukkig, het is de manier waarop je ernaar kijkt.

 

Pin It on Pinterest